Antroposofische medicatie
Algemene informatie over de therapie
Antroposofische geneesmiddelen onderdrukken geen symptomen maar helpen om 'goed ziek' te zijn. Als een ziekte goed doorgemaakt wordt, dan vindt er een proces van genezing plaats en antroposofische geneesmiddelen helpen bij dit proces. Antroposofische geneesmiddelen zijn natuurlijke geneesmiddelen van plantaardige, minerale of dierlijke oorsprong. Door farmaceutische warmteprocessen en vaak ook potentiëring worden ze tot werkzame geneesmiddelen.
Het medicament kan de mens langs drie wegen bereiken: via het spijsverteringskanaal, via de huid en via injecties. Het innemen van druppels, korrels of tabletten is de meest vanzelfsprekende manier. Het geneesmiddel komt dan gewoon via de stofwisseling het lichaam binnen. Zalf en olie worden toegediend via de huid. Deze middelen werken vooral via het zenuwzintuigstelsel. De meest directe toedieningsweg is de injectie van vloeistof. Een injectie in de spieren (intramusculair) of in de bloedbaan (intraveneus) is daarbij nog directer dan de onderhuidse (subcutane) injectie.
Voor wie is de therapie
Antroposofische geneesmiddelen worden in Huize Valckenbosch door de huisarts en in het Leendert Meeshuis door de specialist ouderengeneeskunde voorgeschreven. Ze zijn voor iedere opgenomen bewoner beschikbaar.
Doel van de therapie
Tijdens een ziekteproces is de harmonie tussen lichaam, ziel en geest verstoord. Antroposofische geneesmiddelen helpen deze samenhang weer herstellen.
Meerwaarde van de therapie
Antroposofische geneesmiddelen kunnen in veel gevallen aandoeningen behandelen zonder dat daarbij bijwerkingen optreden. Ook kunnen ze reguliere behandelingen ondersteunen of de schadelijke effecten ervan verminderen. In het algemeen zijn door antroposofische geneesmiddelen minder reguliere middelen nodig.
Uitvoering
De arts kan na het stellen van een diagnose soms verschillende reguliere en/of antroposofische geneesmiddelen voorstellen. De arts legt uit wat van deze middelen aan werkingen en bijwerkingen verwacht kan worden. Vervolgens maakt de bewoner of diens vertegenwoordiger een keuze. Dit is de werkwijze zoals deze in de WGBO (Wet op de Geneeskundige Behandel Overeenkomst) is vastgelegd en die aansluit bij de KNMG gedragsregel ‘De arts en niet-reguliere behandelwijzen’. De keuze van de bewoner of vertegenwoordiger wordt vastgelegd in het medisch dossier.
Dit overleg tussen arts en bewoner of vertegenwoordiger over inhoud en keuze van reguliere en/of antroposofische geneesmiddelen en therapiemogelijkheden geldt ook voor alle andere aanvullende therapieën.
